http://www.mapuche.nl/
 

mei.
24
2006

24-05-2006
Mapuchegevangenen in hongerstaking
Mapuches in Chili eisen autonomie
Door Erik Hendriks en Peter Gelauff (Noticias)



Sinds 13 maart zijn in Chili, met een korte onderbreking, vier Mapuche-activisten in hongerstaking. De actie, in een gevangenis in het zuiden van Chili, is onderdeel van de jarenlange strijd om wettelijke erkenning en meer autonomie voor deze inheemse bevolkingsgroep.

Juan Huenulao, Patricia Troncoso en de broers Patricio en Jaime Marileo werden in 2002 op beschuldiging van ‘brandstichting met een terroristisch oogmerk’ veroordeeld tot een gevangenisstraf van tien jaar en een dag. Zij zouden verantwoordelijk zijn voor de brand die 100 hectare vernietigde van het bosbedrijf Mininco in de buurt van Temuco. Naast de celstraf moesten de vier een schadevergoeding betalen van meer dan 800.000 dollar. Bij de behandeling van de zaak maakte justitie gebruik van anonieme getuigen; niemand weet wie dat zijn of wat hun rol is in de hele kwestie. De vier ontkennen elke betrokkenheid bij de brand.

Volgens de arts liepen de gevangenen sinds dag 50 van hun hongerstaking gevaar te overlijden. Geboeid aan handen en voeten werden zij, tegen hun wil, vanuit de gevangenis tijdelijk overgebracht naar het ziekenhuis van Temuco om hun gezondheidssituatie te controleren.

Tijdelijke onderbreking
Op 14 mei slaagde senator Alejandro Navarro erin de hongerstakers te bewegen hun actie (tijdelijk) op te schorten. Ze waren toen al 63 dagen in hongerstaking. De socialistische senator beloofde hen dat een meerderheid van het parlement later in die week de wet op de voorwaardelijke invrijheidstelling zou wijzigen, zodat de vier op korte termijn vrij zouden komen.

Op 17 mei werd inderdaad in de Commissie Mensenrechten van de Senaat een wetsvoorstel van Navarro behandeld dat beoogt de vereisten tot voorwaardelijke vrijlating te versoepelen. Behalve de vier hongerstakers zouden ook andere Mapuchegevangenen, vanwege sociale protesten onevenredig zwaar gestraft, van deze wet profiteren. Het voorstel werd weliswaar door de meerderheid van de Commissie goedgekeurd, maar moet nu naar de Grondwetscommissie. Als alles goed gaat kan de wet pas op z’n vroegst eind juni in werking treden. De hongerstakers beschouwen het uitstel van de definitieve beslissing als een poging van de Chileense regering om hun actie te breken en hebben de hongerstaking op 19 mei hervat.

Een nationaal probleem
Ook al ligt de gevangenis van Temuco op 670 kilometer van de hoofdstad Santiago, het conflict raakt Chili in het hart. Een groep Mapuches gaf de hongerstaking nationale bekendheid door op 1 mei in te breken in de viering van de Internationale Dag van de Arbeid georganiseerd door de Eenheidsvakcentrale (CUT) in Santiago. Mapuches, studenten en mensenrechtengroeperingen hielden ook demonstraties in Temuco en andere plaatsen in het zuiden. De protesten eindigden in tientallen arrestaties, gewelddadige incidenten en beschadiging van eigendommen.

Maar dat was nog niets. De inmiddels gepensioneerde rechter Juan Guzmán verleende zijn prestige aan de zaak van de Mapuches. Guzmán geniet een grote reputatie in Chili omdat hij als eerste Pinochet aanklaagde. Enkele weken geleden legde hij Louise Arbour, de Mensenrechtencommissaris van de Verenigde Naties, een brief voor van Mapucheleider Aucán Huilcamán. In de brief wordt opgesomd welke aanvallen de inheemse gemeenschap van Chili te verduren heeft gekregen. Huilcamán deed ook een oproep aan de internationale gemeenschap tussenbeide te komen. De voormalige rechter verklaarde ondertussen onomwonden: ‘De Mapuchebeweging, die alle vreedzame manieren heeft benut om haar land in de zuidelijke regio van Chili terug te winnen, is wederom het doelwit van een ruwe politieke repressie.’

De VN-rapporteur voor Inheemse Kwesties, Rodolfo Stavenhagen, had zich al eerder in de discussie gemengd. Na uitgebreid onderzoek in het voorjaar van 2004 rapporteerde hij aan de Commissie Mensenrechten dat de situatie voor de inheemse bevolking van Chili sinds de terugkeer van de democratie weliswaar verbeterd was, maar dat zij nog altijd wordt achtergesteld in het openbare leven in Chili. In de drie provincies waar de Mapuches van oudsher wonen, maar ook onder de Mapuches die op zoek naar werk naar de grote steden getrokken zijn, is de armoede het grootst. Stavenhagen signaleerde dat de grote armoede in belangrijke mate het gevolg is van historisch gegroeide problemen rond landbezit en territorialiteit. In zijn aanbevelingen drong hij aan op ratificatie van Conventie 169 inzake de Rechten van Inheemse en Tribale Volken van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO). Elke poging daartoe wordt tot nog toe door de rechtse oppositie in de Chileense senaat geblokkeerd. De VN-rapporteur adviseerde om de regelgeving aan te passen, zodat de rechten van de inheemse bevolkingen voorrang krijgen boven andere belangen en nationale regels. Belangrijker was volgens hem echter een snelle aandacht voor de conflicten over de teruggave van land aan de Mapuches.

Antiterrorismewetgeving
De oplossing van de Chileense overheid voor het ‘inheemse probleem’ bestaat tot nog toe uit het criminaliseren van de Mapuches. Angel in het conflict is de antiterrorisme wetgeving uit de jaren van Pinochet.
Gedurende de overgang naar de democratie werd deze wet slechts marginaal gewijzigd en ze wordt nog steeds door militaire rechtbanken toegepast. Alle acties die de Mapuches ondernemen om hun sociale achterstelling aan de orde te stellen en te protesteren tegen de onteigening van hun gronden door nationale en multinationale ondernemingen worden met harde hand onderdrukt. Veel Mapuche-activisten zijn op grond van de antiterrorismewetgeving door militaire tribunalen veroordeeld. Sinds 11 september 2001, toen de internationale jacht op terroristen geopend werd, is de aanpak verhard. VN-rapporteur Stavenhagen verwijt de Chileense overheid dan ook de antiterrorismewetgeving en de militaire jurisdictie vooral toe te passen op één beperkte en identificeerbare groep, de Mapuches. Hij drong er op aan het sociaal protest van de inheemse volkeren niet te criminaliseren.

Territorialiteit
Onder de Chileense Mapuchebevolking is de roep om meer autonomie en zelfs om onafhankelijkheid sterk toegenomen. Wat daar ontegenzeggelijk aan bijdraagt, is het feit dat het Chileense parlement, als enige in Latijns-Amerika, weigert de eerder genoemde Conventie 169 inzake de Rechten van Inheemse en Tribale Volkeren goed te keuren en in nationale wetgeving om te zetten. Een poging van de vorige president, Ricardo Lagos, om de kwestie op de valreep vóór de verkiezingen in januari j.l. door het parlement te loodsen, leed schipbreuk. De discussie spitste zich toe op ‘het recht van de inheemse volkeren die deel uitmaken van de Chileense natie hun identiteit, hun talen, hun instellingen en hun geestelijke, sociale en culturele tradities te behouden en te ontwikkelen’. De oppositie wenste expliciet vast te leggen dat ‘de Chileense natie één en ondeelbaar is’.Voor veel Mapuches is dat echter helemaal geen uitgemaakte zaak. Zij wijzen erop dat hun verlies aan autonomie sinds de onafhankelijkheid van Chili onder meer geleid heeft tot verlies aan identiteit, bittere armoede en ontheiliging van de grond (milieudegradatie) door multinationale mijn- en bosbouwbedrijven.

Omdat zij zich door de bestaande politieke partijen niet serieus genomen voelen, heeft een aantal vooraanstaande Mapuches het initiatief genomen tot de oprichting van een eigen Mapuchepartij, de Wallmapuwen oftewel ‘Landgenoten van het Mapucheland’. Om de tegenstanders de wind uit de zeilen te nemen, noemen zij zichzelf geen separatisten of afscheidingsbeweging, maar een partij voor de autonomie. Ook de omschrijving ‘territoriale partij’ wordt gebruikt, of ‘regionale partij die de lokale autonomie zal bevorderen tegenover het centralisme van Santiago’. De oprichters spiegelen zich aan Spaanse autonomiepartijen zoals in Catalonië, Baskenland en Galicië. ‘In moderne democratieën,’ aldus een woordvoerder van de partij in oprichting, ‘is decentralisering van vitaal belang om regionale sectoren te versterken. Zij stuurt niet aan op afscheiding of desintegratie van de staat. Spanje is wat dat betreft een duidelijk voorbeeld, het is geen gefragmenteerde staat.’

De eerste interne oppositie heeft zich echter al aangediend. Aucán Huilcamán, die zich in 2005 nog verkiesbaar stelde voor het presidentschap, ziet niets in de vorming van een politieke partij. Daarmee worden alleen maar schema’s van de oude kolonisatoren overgenomen, aldus de vooraanstaande Mapucheleider. Met dergelijke interne verdeeldheid zijn in ieder geval de hongerstakende gevangenen niet geholpen.

bron:
http://www.noticias.nl/inheems_artikel.php?id=1318