http://www.mapuche.nl/
 

nov.
08
2002

november 2002
CHILEENSE OVERHEID VERVOLGT MAPUCHE ACTIVIST.

Mapuche Stichting FOLIL

Mapuche leider Victor Ancalaf is eind september 2002 tot 5 jaar en één dag gevangenisstraf veroordeeld vanwege zijn rol bij een bezetting waarvoor hij al vijf maanden heeft vastgezeten. De termijn van 5 jaar en 1 dag dient om verlenging van de straf mogelijk te maken. Alles wijst er op dat Ancalaf net als in 1999 zal onderduiken om zich aan deze arrestatie te onttrekken. Vele andere Mapuche leiders vrezen ook te worden aangehouden.

“Wij willen in een democratisch land onze rechten als volk grondwettelijk erkend zien; de erkenning van onze taal, onze culturele identiteit, onze religie en onze visie op de kosmos”(Victor Ancalaf Llaupe)

Victor Ancalaf Llaupe (40), vader van vijf kinderen, is afkomstig uit Collipulli in de provincie Arauco Malleco. Hij is waarschijnlijk één van de meest omstreden Mapuche leiders in Chili. Een man die in de Chileense pers wordt omschreven als “een harde (el Duro)” en “historische Mapuche leider (el historico dirigente Mapuche)”.

Landelijke bekendheid kreeg Ancalaf in 1998 toen hij tijdens een toespraak van de toenmalige president Frei, op bezoek in het zuiden van Chili, uitriep dat de president niet moest vergeten dat hij zich op Mapuche grondgebied bevond. Daarmee verwoordde Ancalaf de steeds luider wordende roep van vele Mapuches om autonomie.

De Coordinadora Arauco-Malleco (CAM), waarvan Ancalaf enige jaren woordvoerder was, doet zich daarbij gelden als de meest radicale Mapuche organisatie. Zij heeft haar aanhang het afgelopen jaar sterk zien groeien. Sinds de bezetting in januari 1999 van het landgoed Santa Rosa de Colpi te Traiguén door gemaskerde Mapuches wordt de CAM door de Chileense overheid als een gevaar voor de staatsveiligheid gezien. Volgens de Chileense inlichtingendienst bestaat de CAM uit activisten die streven naar een autonome Mapuche-staat. Voor het bereiken van dit doel worden acties als bezettingen, wegblokkades en vernielingen bij bosbouwbedrijven niet geschuwd. De Chileense oppositie omschrijft de situatie als een “Chileense Chiapas” en heeft de overheid opgeroepen tot een strikte toepassing van antiterrorisme- en staatsveiligheidswetgeving. Vele Mapuches worden nu op grond van deze wetgeving aangehouden en vastgezet.

Ancalaf kwam in de periode volgend op zijn uitspraken in de richting van Frei veelvuldig in de media als woordvoerder van de CAM. Hij benadrukte dat er geen dialoog meer mogelijk was met de Chileense overheid, want beloften werden niet waargemaakt en de teruggave van land kwam niet tot uitvoering. De overheid zou zich laten leiden door de multinationals en was niet uit op het verbeteren van de positie van de Mapuches. De CAM koos daarom voor de confrontatie met de overheid en met de bosbouwbedrijven die actief zijn in de Mapuche gebieden. Deze, veelal multinationale, bedrijven bezitten anderhalf miljoen hectare land ten zuiden van de rivier Bío Bío, land dat tot 1883 aan de Mapuches toebehoorde. De acties van de CAM zijn breed uitgemeten in de sensatiebeluste Chileense media. Deze uitten de meest uiteenlopende beschuldigingen aan het adres van de CAM, zoals dat deze zou worden gesteund door de Colombiaanse FARC maar ook door de Amerikaanse CIA, en bovendien uit zou zijn op een burgeroorlog. Ancalaf ontkende al deze beschuldigingen, maar in een interview in 1999 zegt hij wel: “Wanneer wij in een situatie belanden waarin wij tot het uiterste worden gedreven en als terroristen worden bestempeld, is het niet uitgesloten dat wij gebruik zullen gaan maken van de militaire technieken die aan onze jongeren in het Chileense leger zijn geleerd.”

In de vroege ochtend van 5 maart 1999 werd Ancalaf samen met tien andere Mapuches op harde wijze gearresteerd. De politieagenten werden daarbij geassisteerd door beveiligingsmensen van het bosbouwbedrijf Mininco. Over deze beveiligingsmensen meldt de Engelse Mapuche organisatie “Mapuche International Link” dat er getuigenverklaringen zijn die aangeven dat de beveiligingsbedrijven waarvoor zij werkzaam zijn geleid worden en bestaan uit ex-medewerkers van de DINA-CNI, de beruchte veiligheidsdienst van Pinochet. Ook heeft een bewaker van een van de bosbouwbedrijven, Leonardo Espinoza, voordat hij zelfmoord pleegde in een afscheidsbrief verklaard dat hij door de bosbouwbedrijven was gedwongen vernielingen aan te richten om daarmee de Mapuches in een slecht daglicht te stellen.

In augustus 1999 heeft Ancalaf zich aan een volgende arrestatie onttrokken door onder te duiken, maar in maart 2000 werd hij aangehouden bij een bezetting van de rechtbank voor de regio Collipulli. De bezetting was een protest tegen de vele Mapuche gevangenen. Alle aanwezigen, inclusief de rechter Lenin Lillo, werden vastgehouden in het gebouw. Over de daarop volgende vijf maanden van zijn gevangenschap zegt zijn echtgenote Karina Prado in een interview dat het een periode was waarin het gezin veelvuldig werd geïntimideerd. Het huis is met stenen bekogeld op een dag dat ook vrachtwagens met arbeiders van een nabijgelegen bosbouwbedrijf zijn gesignaleerd. Ook zijn er explosieven bij de woning geplaatst. De daders zijn nooit achterhaald.

Ancalaf is in 2000 op borgtocht vrij gelaten in afwachting van verdere juridische stappen door de Chileense overheid en zette zijn activiteiten voort. Begin 2001 kwam het tot een breuk met de CAM. De reden was gelegen in een verschil van mening over de te volgen strategie. Ancalaf was van mening dat een dialoog met de overheid toch tot de mogelijkheden zou moeten behoren indien dit een concreet uitzicht gaf op de teruggave van land, terwijl de CAM nog steeds elke dialoog afwees. Na zijn vertrek is Ancalaf zich weer gaan inzetten voor de problemen rond zijn woonplaats en conflictgebied Collipulli. Samen met andere leiders uit Collipulli is hij gekomen tot wat een historische overeenkomst wordt genoemd. Begin 2002 is met de Chileense overheid overeengekomen dat 3000 hectare grond dat in gebruik was door bosbouwbedrijven en grootgrondbezitters terug zou worden gegeven.

Intussen liep de zaak van de bezetting van de rechtbank in Collipulli nog steeds. Hij werd door de rechtbank van Collipulli schuldig bevonden aan de gijzeling van rechter Lenin Lillo. Hij tekende hiertegen beroep aan bij het Hooggerechtshof. Dit weerhield hem er niet van om in augustus 2002 samen met andere activisten het kantoor van de EU in Santiago te bezetten om wederom de vrijlating van Mapuche gevangenen te bepleiten. Wellicht zijn laatste openbare optreden voor de Mapuche zaak.

Eind september 2002 werd de uitspraak van de rechtbank van Collipulli in hoger beroep bevestigd. Ancalaf wordt veroordeeld tot een straf van 5 jaar en één dag in een militaire gevangenis. Vijf jaar en één dag omdat zo zijn straf kan worden verlengd indien nieuw bewijsmateriaal tegen hem opduikt. Ancalaf zal hiervan nog persoonlijk op de hoogte worden gesteld, hetgeen naar alle waarschijnlijkheid gevolgd zal worden door zijn onmiddellijke arrestatie. De gemeenschap van Collipulli is echter niet van plan hem uit te leveren en de verwachting is dat Ancalaf onder gaat duiken om zijn aanhouding te voorkomen. Volgens het secretariaat van Ancalaf heeft zijn veroordeling niet alleen negatieve gevolgen voor zijn familie maar ook voor andere Mapuches in de conflictgebieden. De Mapuche gemeenschap in Collipulli bereidt zich voor op politieacties, van razzia’s tot permanente controles in hun gebied. Vele anderen vrezen ook te worden opgepakt. Men maakt zich, omdat de straffen hoog zijn (5 tot 15 jaar), ook zorgen om de gezinnen van de gevangenen omdat de inkomsten wegvallen. Zowel Chileense als buitenlandse organisaties buigen zich daarom over het vinden van oplossingen voor de families. Al met al lijkt het erop dat regering van de president Lagos de rechtse politici tegemoet wil komen. Deze beschuldigen Lagos van een zwak optreden tegen de Mapuches en pleiten al geruime tijd voor hardere maatregelen. Zij hopen door de nog actieve leiders één voor één op te sluiten de situatie beheersbaar te houden. Ancalaf zal niet de laatste Mapuche zijn die een jarenlange straf te wachten staat. Er zijn nog tientallen minder bekende leiders waartegen een arrestatiebevel loopt. Het antwoord van de Mapuches is echter Marrichiweu! , tien keer zullen we overwinnen, wat betekent dat voor elke tien leiders die ze verliezen er tien nieuwe voor in de plaats komen.